De politieke problemen in dit land kunnen niet blijven duren. Het antwoord kan gevonden worden in een regering (met symmetrische samenstelling t.o.v. de deelstaten) die de socio-economische politiek voor rekening neemt, terwijl een sterk parlement werkt aan de institutionele hervorming. Zo worden de financiële markten gekalmeerd en kunnen de politieke actoren op beide vlakken een succesvol beleid voeren.
Op het moment van schrijven (’s avonds, donderdag 6 januari 2011) is de zoveelste poging tot het bereiken van een consensus over institutionele hervorming mislukt. Na 207 dagen intensief onderhandelen is de stekker eruit en zelfs van een minimum aan vertrouwen tussen de onderhandelende partijen lijkt er geen sprake. Koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte heeft in Laken zijn ontslag aangeboden aan de koning, nadat hij sinds 21 oktober 2010 heeft gewerkt om de standpunten van de zeven partijen (N-VA, PS, CD&V, sp.a, cdH, ecolo en Groen!) met mekaar te verzoenen. Zonder succes, zo blijkt. Het staatshoofd houdt het ontslag van VDL voorlopig nog in beraad, maar het kan intussen geen kwaad om na te denken over hoe het nu verder moet – of niet moet.
De eerste optie hangt reeds lange tijd als het zwaard van Damocles boven de Wetstraat en is waarschijnlijk deels te wijten voor het tekort aan toeschietelijkheid en het surplus aan straffe taal bij de partijen: opnieuw verkiezingen. Hiermee zouden de politieke actoren aan de bevolking opnieuw vertrouwen kunnen vragen, eventueel de kans geven om de kaarten te herschudden. Deze optie wordt regelmatig aangehaald door politieke analisten en politici (meestal gevolgd door de woorden “… nu echt onvermijdelijk”), maar mijns inziens zijn verkiezingen geen oplossing. Zij kunnen mogelijk meer tijd kopen, of de teller resetten in de hoop dat we niet het wereldrecord “langste formatie” neerzetten, maar aan de politieke realiteit zullen zij niets veranderen. Hooguit wipt de Open VLD over de sp.a, krijgt Groen! een percentje meer, ruilen N-VA en CD&V nog wat zwevende kiezers uit, maar de machtsverhoudingen zullen niet fundamenteel omgegooid worden. De N-VA houdt het merendeel van haar kiezers voorlopig tevreden, idem voor de PS. Wat ook het resultaat moge zijn van nieuwe verkiezingen, het zullen die twee partijen zijn die opnieuw de ring ingeduwd worden. Terug naar af.
Of toch in het beste geval. Feitelijk is het niet ondenkbaar dat nieuwe verkiezingen een verregaandere polarisatie zouden opleveren, tussen Vlaanderen en Wallonië maar ook tussen links en rechts. Politieke analisten spreken nu reeds over een “referendum over het voortbestaan van België” langs Vlaamse zijde. Afhankelijk van hoe de motieven van de kiezer worden uitgelegd, kan daar wel ‘ns wat van waar zijn. Of een dergelijke verkiezing wenselijk is in de huidige omstandigheden, is nog maar de vraag: het gebrek aan krachtdadige regering en de hoge schuldenlast komen steeds meer in de schijnwerpers van de financiële markten, waardoor België problemen kan krijgen wat betreft investeringen vanuit het buitenland en de Belgische staat wel ‘ns failliet zou kunnen eindigen. Gelukkig lijken alle partijen zich hiervan bewust en is er in de Wetstraat niemand die nieuwe verkiezingen echt als optie ziet.
De tweede optie zou zijn om, zoals Wouter Beke (CD&V) suggereert, Vande Lanotte voort te laten ploeteren om de plooien glad te strijken voor er aan definitieve onderhandelingen begonnen wordt – het “onderhandelingsklaar maken” van de nota, in zijn woorden. Ook christendemocratisch veteraan Mark Eyskens leek vanmorgen een gelijkaardige handelswijze voor te stellen in het programma De Ochtend op Radio 1. Concreet zou het erop neerkomen dat de partijen een lijst van bezwaren overmaken aan de bemiddelaar, die deze bezwaren samenvoegt tot één addendum bij zijn nota. We kunnen slechts veronderstellen dat Eyskens hiermee impliceert dat Vande Lanotte meteen de tegenstrijdigheden uit het addendum wegmasseert, waardoor de moeilijkste hordes verwijderd worden voor de eindspurt.
Hierbij rijst echter de vraagt: wat moet er dan nadien nog onderhandeld worden, als Vande Lanotte alles netjes voorkauwt? Een dergelijk optreden zou slechts betekenen dat de zeven partijen zelfs niet in staat zijn om zelf de laatste obstakeltjes te verwijderen – door een gebrek aan visie, door een gebrek aan moed om mekaar recht in de ogen te kijken tijdens onderhandelingen of in het ergste, maar waarschijnlijkste geval: een combinatie van beide. Is dat dan echt de equipe waarmee naar de formatieronde getrokken wordt? Wordt dat een capabele regering, die miljarden euro’s moet besparen en de Belgische positie binnen de internationale economie stabiliseren? Omgekeerd, als Beke en Eyskens door Vande Lanotte gewoon een addendum willen laten opstellen dat later onderhandeld wordt door de zeven partijen samen, kan men zich afvragen waarom ze hun bezwaren zélf niet noteren en meenemen naar de slotronde. In dat geval lijken de zeven partijen opnieuw visie en moed te ontberen om bijeen te zitten en op een geciviliseerde manier suggesties en amendementen aan te brengen; geen goed teken voor de toekomst van de regeringsploeg.

Bij deze optie kunnen we een laatste bedenking maken: quo vadit? Waartoe zal deze werkwijze van hervormen, met onderhandelingen ad infinitum, leiden? Vande Lanotte is immers niet de eerste conciliateur of waarop het Hof een beroep heeft gedaan: ook Bart De Wever heeft in zijn hoedanigheid van clarificateur een soortgelijke missie uitgevoerd en voor juni 2010 was er het eeuwige wachten op de nota-Dehaene, waar Jean-Luc the plumber zelf hoofdpijn van kreeg, blijkens zijn pessimisme toen hij zijn opdracht teruggaf aan de koning. Of de koning maandag de opdracht van Vande Lanotte verlengt of een andere bemiddelaar aanstelt, zal in deze geen verschil maken: deze manier van werken werkt niet. Laten we dan ook geen genoegen nemen met verder uitstel en blijvend aanmodderen in bilaterale besprekingen terwijl de staat stilstaat.
Ook optie 2 (meer van hetzelfde) blijkt dus geen soelaas te bieden. Verandering van modus operandi blijkt nodig.
Over naar de derde optie. Deze optie is ontsproten aan het brein van N-VA-voorzitter Bart De Wever, die voorstelt om de grote oneffenheden met slechts twee partijen glad te maken, te weten N-VA en PS. Onderhandelen met zeven zou slechts tot een nieuwe impasse leiden, zo stelt De Wever in Terzake (hij mag me wel ‘ns vertellen waarin we nu zitten). Met twee is het volgens zijn logica eenvoudiger om raakpunten te zoeken en zo de motor in gang te zwengelen. Een redenering waarvoor wat te zeggen valt, maar de omzetting naar de praktijk kan problematischer zijn dan we op het eerste zicht vermoeden. Indien twee leeuwen in een dominante bui samen in een kooi geplaatst worden, zijn ze maar zelden geneigd vriendschap te sluiten. Mijns inziens kan een vruchtzame relatie slechts opgebouwd worden wanneer er reeds een sfeer bestaat van vertrouwen, belangstelling, eerlijkheid, bereidheid om te luisteren. Door in dergelijke omstandigheden samen te zitten, kan de ander doorgrond worden en ontstaat er wederzijds begrip en respect. De sfeer heden ten dage, daarentegen, is onvruchtbaar voor wie verbroederen wil: wantrouwen, angst voor de ander, politieke spelletjes, tunnelvisie domineren het denken van diegenen die de staatshervorming moeten realiseren. Het voorstel van De Wever komt dan ook te laat in mijn ogen.
“Jamaar,” zegt de N-VA-leider in één ruk door in Terzake, “ik zeg dat al zes maanden.” Een statement dat – ook al zou het gerust waar kunnen zijn – het wij-tegen-zij-gevoel nog ‘ns benadrukt. In hetzelfde interview bekritiseert hij eveneens zijn gestrikte tegenhanger, aangezien hij “theatrale verklaringen aflegt zonder eerst de hoofdrolspelers te contacteren” omtrent zijn opening naar de liberalen, waarvan de N-VA blijkelijk niet op voorhand op de hoogte werd gebracht. Deze paar uitspraken tonen aan dat Bart en Elio nog een lange weg te gaan hebben als het hen menens is wat betreft het toenadering zoeken: beiden hanteren immers de taal van concurrentie om de stem van de kiezer, niet die van bondgenootschap voor een betere staat. Idealiter zou er een cooldown-periode moeten komen na de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, maar daarvoor zal geen tijd zijn: de wereld om ons heen stopt niet met draaien. Stilstaan is achteruitgaan.

Plan 3 is dus moeilijk te realiseren, zeker binnen een korte tijdsspanne. En toch zal een terugkeer van het vertrouwen noodzakelijk zijn, willen de onderhandelende partners nog wat bereiken met hun gesprekken.
Dit brengt ons tot de vierde optie. Wat katalyseert beter een relatie dan een gezamenlijke verwezenlijking? Misschien is het niet zozeer zaak voor de N-VA en de PS om zich klem te blijven rijden op hetzelfde obstakel, zonder verandering in de omstandigheden waarin ze mekaar spreken. Hierbij schiet Einsteins definitie van krankzinnigheid door mijn gedachten: steeds hetzelfde opnieuw blijven doen en een ander resultaat verwachten (Insanity: doing the same thing over and over again and expecting different results). In de plaats daarvan zouden de winnaars van de verkiezingen kunnen beginnen met een gezamenlijk project op te starten om de staat in huidige vorm te besturen zolang de staat in nieuwe vorm daar nog niet klaar voor is. Een regering, dus.
Het vormen van een nieuwe regering brengt heel wat voordelen met zich mee. Het nieuws dat België terug een regering met volledige bevoegdheden heeft, zou voor een positieve perceptie in het buitenland kunnen zorgen – de stabiliteit van de Belgische positie ten overstaan van de financiële markten indachtig is dit geen onbelangrijke zaak. Maar ook voor eigen land zou een vergroting van de slagkracht van de uitvoerende macht geen slechte zaak zijn. In principe mag een regering in lopende zaken dan wel alles wat een echte regering ook mag (zolang er parlementaire controle is), in de praktijk wordt gesteld dat zij geen maatregelen mag nemen die de volgende regering in een lastig parket kan brengen, hetgeen haar effectieve macht sterk beperkt. Parlementaire steun zoeken bij de toekomstige meerderheid is mogelijk, maar efficiënter en correcter is het als deze meerderheid zélf het heft in handen neemt. Hierbij zullen waarschijnlijk dezelfde partijen betrokken worden die bij de huidige onderhandelingen aan tafel schuiven, eventueel met de groenen in een gedoogpositie. De zo gevormde regering zou dan symmetrisch zijn met de deelstaatregeringen, hetgeen een lastige spreidstand oppositie-meerderheid vermijdt en hopelijk ook zorgt voor een optimale samenwerking tussen de federale regering en de deelstaten.
Er kunnen vervolgens sociaal-economische maatregelen genomen worden binnen de structuren van de huidige Belgische staat, bij voorkeur in bevoegdheden die niet communautair gedisputeerd worden. Of deze voldoende opbrengen om dit land financieel gezond te houden, is te betwijfelen, maar anderzijds is het onwenselijk om te wachten op een institutioneel akkoord als niemand weet wanneer er een akkoord bereikt zal worden. Bovenstaande oplossing zorgt voor stabiliteit en leidt ertoe dat de institutionele hervormingen ten gronde besproken kunnen worden in het daartoe meest geschikte tempo, zonder daarbij de hete adem van de financiële markten in de nek. De besprekingen omtrent de staatshervorming vinden bij voorkeur plaats in het parlement: dit is immers de enige rechtstreeks democratisch verkozen instelling binnen de federale machtsstructuren. Partijleiders zijn slechts verkozen door de eigen partijleden, bemiddelaars en soortgelijke dei ex machina zijn aangeduid door de monarchie; beiden hebben dus een kleiner democratisch gezag dan volksvertegenwoordigers.
Het welslagen van een dergelijke werkgroep in de Kamer hangt louter af van de motivatie en het zelfvertrouwen van de deelnemende parlementariërs. Deze mogen niet bang zijn om hun macht als democratisch verkozen vertegenwoordiger van het volk op te nemen en moeten onbelemmerd samen kunnen werken aan een staatshervorming volgens vastgelegde principes, zoals een voorkeur voor homogene bevoegdheidspakketten, een garantie van de interpersoonlijke solidariteit, naleving van de Grondwet en een streven naar fiscale responsabilisering van de deelstaten (de precieze principes kunnen onderhandeld worden bij het opstellen van het regeerakkoord; gezien zij al ergens samengevat zijn, zou dit niet meer dan een formaliteit mogen betekenen). Tevens moeten de betrokken volksvertegenwoordigers bereid zijn om te luisteren en rekening te houden met de bezorgdheden en bezwaren van politieke opponenten en leden van de andere taalgroep. Openheid, vertrouwen, transparantie zijn hier kernwoorden. In tegenstelling tot de huidige onderhandelaars zijn zij mekaars gezicht nog niet beugezien over de maanden (jaren) heen en hebben zij nog geen onderlinge geschiedenis van wantrouwen, bliksemsnelle nons en mislukte pogingen-tot-akkoord. Waar de derde optie moeilijk te verwezenlijken is voor Bart De Wever en Elio Di Rupo wegens hun voorgeschiedenis, kan deze voor parlementairen slagen.

Volgens Ivan Broeckmeyer van De Tijd circuleert een dergelijk scenario al geruime tijd aan Franstalige zijde en ook middenveldsorganisaties (vakbonden en werkgevers) zien er heil in. Bart De Wever en Wouter Beke hebben echter bezwaren. In de woorden van De Wever: “Dat is letten op de winkel, terwijl de rest beweegt.” Vooral bij Wouter Beke is de vrees groot dat een regering zonder staatshervorming zou leiden tot een herhaling van de affronten uit de tijd van de regeringen-Leterme. Niet onterecht: het mini-akkoord bereikt onder de interim-regering Verhofstadt III (de “borrelnootjes”) belandde in een lade, Leterme I en II waren voorbeelden van de wet van Murphy zonder vooruitgang te boeken in de staatshervorming en Herman Van Rompuy was een liefhebber van rustige vastheid, terwijl de Copernicaanse revolutie vast mocht roesten. Het resultaat hiervan was voor de CD&V zeer pijnlijk: onopgeloste communautaire problemen konden niet alleen tegen Verhofstadt, maar ook tegen Leterme gebruikt worden. De regerende partijen hebben allen een nederlaag geleden in juni 2010, maar CD&V het meest van al.
Toch denk ik dat De Wevers en Bekes angst ongegrond is. De regeerperiode 2007–2010 was immers allesbehalve normaal te noemen: N-VA stapte halverwege uit het kartel met een minderheidsregering tot gevolg, de bankencrisis schudde de ganse wereldeconomie dooreen en leidde bijna tot het failliet van de banken (onder meer Fortis, KBC en Dexia) de premier werd gedwongen ontslag te nemen wegens vermoeden van inbreuk op de scheiding der machten (Fortisgate), zijn opvolger Herman Van Rompuy zocht zijn heil niet in flamingante, maar in eurofiele steun en diens voorvolger/opganger ten slotte zag zich genoodzaakt om De Loodgieter het veld in te sturen en de onderhandelingen te laten leiden door partijleider Marianne Thyssen.
Wie dit turbulent overzicht leest, begrijpt snel waarom de staatshervorming op het laagste pitje werd gezet en uiteindelijk zelfs uitdoofde: deze nieuwe regeringsprioriteiten waren van externe afkomst en niet te voorzien. Deze keer zullen de onderhandelingen echter niet plaatsvinden tijdens het aanloop tot de bankencrisis, maar wel in volle eurocrisis, die alleen een acute dreiging wordt voor ons land wanneer een gebrek aan politieke slagkracht dat toelaat. Er zijn slechts twee mogelijke oplossingen om dit op te lossen: het accepteren van een derderangs staatshervorming die meer kwaad dan goed doet, of het verderwerken aan het communautaire terwijl het socio-economische niet uit het oog verloren wordt. Waar de eerste mogelijkheid altijd slecht is, is de tweede pas onproductief wanneer er geen lessen worden getrokken uit het verleden en de noodzaak aan institutionele hervormingen van de politieke voorgrond verdwijnt. Een sterk parlement kan dit ondervangen en zorgt tegelijk voor de bevestiging van de macht en verantwoordelijkheden van deze instelling van verkozen vertegenwoordigers van het volk.
Mits deze aanpak correct uitgevoerd wordt, zodat alle betrokken instellingen met volle aandacht en ijver aan de hun toegewezen taken kunnen werken, denk ik dat België uit de impasse gehaald kan worden en er werk gemaakt kan worden van een betere toekomst. Niet onbelangrijk gezien de eurocrisis die in ons werelddeel woedt. Volgens Jean Deboutte van het Agentschap van de Schuld is het verschil van de tienjaarsrente van Belgische staatsobligaties met die van de Duitse met 20 basispunten gestegen sinds de verkiezingen, hetgeen overeenkomt met een jaarlijkse kost van 80 miljoen euro. Emma Saunders merkt in de gerespecteerde Britse krant The Financial Times op dat de financiële markt investeringen in België risicovoller vindt dan investeren in Italië, getuige de hogere kost om Belgische schuld te verzekeren tegen default. Zij vreest dat we binnenkort niet meer spreken over PIIGS maar over PBIGS: Portugal, België, Ierland, Griekenland en Spanje als de risicolanden van de eurozone. Tijd voor actie?
Zonder een daadkrachtige regering om de eurocrisis te bestrijden, zullen België, Vlaanderen én Wallonië de gevolgen daarvan jaren dragen – waarbij de kansen van toekomstige generaties ontnomen worden. Zonder aanpassing van de structuur van de Belgische staat aan de politieke realiteit van de 21ste eeuw, zullen regeringen achterblijven met gebrekkige wapens om crisissen te bestrijden en een daadkrachtig beleid te voeren. De oplossing kan dan ook geen of-of-verhaal zijn, maar alleen en-en: én een daadkrachtige overheid én een grondige institutionele hervorming voor een efficiëntere staat, beide liever nu dan morgen. Verandering is dus broodnodig, in retoriek én in werkwijze.
Reacties
(Dank aan Eline J. voor de feedback op het idee, alsook aan Tiffany M. voor de occasionele assistentie bij het schrijven.)
Schuin gelezen, ziet er zeer goed en gefundeerd uit, alsook evenwichtig, eerlijk. Zal het nog wel eens iets grondiger doornemen als ik er de tijd voor heb want het is een reus van een opiniestuk hé!
Alvast bedankt voor de reactie; het is inderdaad lang geworden maar ik slaag er tegenwoordig niet in om mijn mening kort te verwoorden :p
wooow
danku voor de in feite toch wel beknopte samenvatting, nu kan ik er tenminste aan uit ( ik bedoel, 207 dagen lang dat heb kik nie gevolgd aan één stuk door zenne!! en met het oog op 207 dagen aan info / impasse ist toch wel ne leesbare blog van lengte vind ik
)
Ik snap optie 4 wel nie helemaal maar ik heb tegenwoordig nogal problemen met mijn hoofd te klaren dus tzal daar wel aan liggen!
PS
waauw tunnelvisie